Milieustraten: toegangscontrole en organisatie (2)

Milieustraat Leeuwarden Pieter Bas Automatisering

Bezoekers met een milieupas minder snel aan de poort kunnen afhandelen terwijl gemeenten tegelijkertijd die informatie kunnen gebruiken om hun afvalstoffenheffing te bepalen. Factoren die de toegang en organisatie van een milieustraat bepalen, kunnen haaks op elkaar staan.

Deel 2 uit de serie van het PieterBas-blog over milieustraten: toegangscontrole en organisatie. Lees ook deel 1: type, vorm, toegang en doorstroming.

Doorstroming bevorderen

Afvaltoeristen buiten de poort houden, de doorstroming bevorderen of bedrijven al dan niet weren. Het zijn factoren die mede de organisatie van een milieustraat bepalen. Ook snelheid versus het verzamelen van gedetailleerde informatie over de bezoekers en hun afval zijn belangrijke afwegingen die een rol spelen bij de organisatie van de milieustraat. Om de doorstroming te bevorderen is in Oss en Amstelveen de toegangscontrole zeer beperkt of helemaal afwezig. ‘We hebben geen slagboom, toegangspasje of andere controle, alleen een stopstreep en legitimatieplicht aan de poort om afvaltoerisme te kunnen weren. Meer niet’, zegt coördinator Leo Jansen van de gemeente Oss. ‘Een passysteem met een slagboom zou maar ophouden.’ In Amstelveen denken ze er net zo over. Daar is er bewust voor gekozen burgers zonder controle bij de poort toegang te verlenen. ‘Medewerkers begeleiden de aanbieders van afval en mogen naar hun legitimatie vragen’, zegt Arno Voss. ‘Met de bezoekersstromen die we op onze milieustraat verwerken, zou toegangscontrole te veel een vertragende factor zijn.’

Betalen met milieupas

Tegenover het type milieustraat met (beperkte) toegangscontrole staat het model waarbij gebruikers met een milieupas toegang krijgen. Er zijn meerdere soorten milieupassen. De gemeente Dronten geeft een pas uit waarmee burgers na het scannen van een barcode de milieustraat op mogen. In Loon op Zand wordt de pas ook gebruikt om mee te betalen met als voordeel dat er op de milieustraat geen contant geld meer nodig is. Een winstpunt van de pas is ook dat de gemeente nu af is van de bedrijven en ZZP’ers die hun sloopafval goedkoop kwijt kunnen. ‘Er is 40 procent minder afval aangeboden’, zei wethouder Gerard Bruijniks eerder tegen het PieterBas-blog. ‘Dat is een besparing op de stortkosten van zo’n slordige 100.000 euro. Daar waar we er van uit waren gegaan in het eerste jaar maar een kwart van dat bedrag te halen.’

Beleidsinformatie

Zoals de praktijk in Loon op Zand uitwijst, is toegangscontrole een makkelijke methode om aan de poort vast te stellen of een bezoeker in het verzorgingsgebied woont. Meerdere factoren zijn bepalend voor de keuze van een systeem voor de toegangscontrole, waaronder de omvang van een gemeente, het selectief bezoekers toelaten, de gewenste doorstroming, wijze van registratie en de hoeveelheid afval die burgers gratis kunnen brengen. In gemeenten, zoals Loon op Zand, maar ook in Leeuwarden is de keuze voor de toegangscontrole onderdeel van het beleidsinstrumentarium. ‘Met de milieupas kan alle denkbare informatie worden geregistreerd.’ zegt Anja Hiemstra van Omrin die de milieustraat in Leeuwarden beheert. ‘Zo weten we bijvoorbeeld in welke wijk mensen wonen, welke dag ze komen, het tijdstip, hoe vaak ze komen, de soort afval die ze brengen en de hoeveelheid. Dit is voor de gemeente Leeuwarden belangrijke informatie, vertelt ze. ‘Niet alleen wordt het gemeentelijk beleid er op afgestemd, ook worden de tarieven voor de afvalstoffenheffing er op gebaseerd.’

Samenwerkende milieustraten

Een verzorgingsgebied van minimaal 50.000 inwoners en maximaal 80.000 inwoners is optimaal om de investering in een milieustraat rendabel te maken. Milieustraten voor een klein verzorgingsgebied (zo’n 20.000 inwoners) blijken vaak in de praktijk minder rendabel omdat ze meestal beperkte openingstijden hebben. Reden waarom de gemeenten Oss en Landert de samenwerking zochten. De milieustraat wordt ook gebruikt door de plaatsen Lith en Ravenstein die eerder zelfstandig waren en nu tot de gemeente Oss behoren, zegt coördinator Leo Jansen. ‘Hoewel het in de PieterBas-software niet nodig is hanteren we, om het makkelijk te houden, voor alle plaatsen dezelfde regels voor het brengen van afval bij de milieustraat.’

PieterBas samen gebruiken

Behalve dat gemeenten gezamenlijk een milieustraat gebruiken, zijn er ook gemeenten die de PieterBas-software samen gebruiken. Zo worden de milieustraat in Leeuwarden, Grouw, Terschelling en Bolsward vanuit het PieterBas-systeem beheerd, vertelt Anja Hiemstra van Omrin. ‘Per gemeente zijn de regels daarin opgenomen. Dat heeft als voordeel dat per milieustraat met verschillende regels kan worden gewerkt.’ In totaal beheert de Omrin in opdracht van verschillende gemeenten ettelijke tientallen milieustraten. ‘Maar vier daarvan draaien op PieterBas-software’, zegt Hiemstra. ‘De gemeente Lettenseradeel heeft een milieustraat in Bolsward die niet met Pieter Bas-software werkt. Dan mis je informatie. Het is niet bekend waar mensen vandaan komen en wat ze aan afval inleveren. Daardoor kan de afvalstoffenheffing daar niet op worden afgestemd. Voor bepaalde gemeenten kan dat nadelig zijn omdat ze niet registreren dat een inwoner van een andere gemeente bij hun het afval komt inleveren. Feitelijk betaalt de gemeente dan voor het afval van een ander. Dat is onnodig omdat de PieterBas-software zorgt voor een haarfijne afstemming tussen afval, burger, milieustraat en afvalstoffenheffing.’

Meer weten?

Wilt u meer weten over de mogelijkheden die de PieterBas-software biedt bij het inzamelen van huishoudelijk afval? Op de pagina voor inzamelings- en reinigingsdiensten vindt u meer informatie en een video. Of neem contact op met Bart Punselie: telefoon: (024) 3585820 of e-mail; bpunselie@pieterbas.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *